Geschiedenis van het paard op IJsland
Geschiedenis van het paard op IJsland
We zijn op zoek gegaan naar oude IJslandse ansichtkaarten en foto's uit oude IJslandse boeken om de geschiedenis van het IJslandse paard hier te illustreren. IJsland was het laatste land in Europa waar het wiel in gebruik kwam omdat de paarden zo betrouwbaar waren en omdat het land zo ruig was. Vanaf het begin, rond het jaar 800, kwamen de paarden met de Vikingen mee. De auto deed zijn intrede pas 1124 jaar later en dat eerst met weinig succes.

Twee IJslandse paarden vormden rond 1900 deze ambulance bij het transport van een doodzieke patiënt naar de hoofdstad.
Toen in 1907 de Deense koning IJsland ging bezoeken, wilde hij niet te paard reizen, dus werden er ijlings rijtuigen gemaakt.....maar uiteindelijk durfde niemand deze op de ruige IJslandse "wegen" te gebruiken....de koning ging te voet.

In 1921 ging "Taxicentrale Steindór" uit Reykjavík als eerste van start met een auto op IJsland, een Overland. Ver kwam de taxi niet op weg van de hoofdstad naar de boerderij Friðarstaðir, voor die zich vast reed in de Steinslæk bij Sandhólarferju, bruggen waren daar nog niet..... en toen was het dus wachten op IJslandse paarden die de Overland bevrijdden uit haar benarde positie. Vijf PK bleek voldoende.
Eigenaar Steindór Einarsson, op de achterbank gezeten, was niet blij met publicatie van deze foto in de plaatselijke krant. De taxicentrale ging spoedig failliet bij gebrek aan klandizie....

Duizend jaar was het paard van onschatbare waarde voor de IJslanders tijdens de lange werkdagen in de zomer en tot de 20e eeuw was het het enige middel van transport, zelfs voor het "veevervoer".....

Een korte beschouwing van de geschiedenis van het IJslandse paard laat zien dat de IJslandse manier van leven is gebaseerd op de vitaliteit en mogelijkheden van dit opmerkelijke dier. Van jongs af aan werden de kinderen op het paard gezet, de meisjes en vrouwen in dameszit, als ze in hun mooiste kleren met de familie op zondag naar de kerk gingen.

Deze foto uit 1890, genomen in de buurt van de vulkaan Hekla, laat zien dat verhuizen zelfs door de gletsjer-rivieren te paard ging. De paarden kunnen goed zwemmen, hetgeen bij hoog water (dooi en zware regenval) natuurlijk een "must" is.
Het heeft tot 1974 geduurd voor de rondweg op IJsland is voorzien van de laatste brug.


Tussen deze twee foto’s, genomen op dezelfde plek niet ver van Landmannalaugar, ligt precies 100 jaar. Er is hier niets veranderd.
Op de kleurenfoto rijdt Arnold op een schimmel door de gletsjerrivier Jókulsárkvísl.
Dit was in 1998. Sturen is niet nodig, een natte broek neem je voor lief.

Het roken van een goede pijp na het wekelijks bezoek aan de Evangelisch Lutherse kerk in de hoofdstad bezorgt Matthías Mathíasson, op weg naar zijn huis, een intens genoegen. Aldus is er ook voldoende tijd tot overdenking van het ontvangen "geestelijk voedsel". Matthías gold jarenlang als de beste ruiter uit Reykjavík en omgeving in de twintiger jaren (de foto is genomen rond 1925).
Tot slot een bizar verhaal, de overwintering op Groenland met IJslandse paarden.
Op 6 juli 1912 vertrokken geoloog Johann Peter Koch met zijn drie mannen uit Akureyri (IJsland) met 16 IJslandse paarden aan boord van het zeilschip Godthaab. Het doel was op Groenland de oversteek te maken van Cape Storm naar Pröven in het Westen, 1200 kilometer over de ijskap. En niet met behulp van sledehonden, maar met hulp van paarden. Zij moesten een deel van de 20 ton bagage (o.a. meetinstrumenten voor het onderzoek) trekken.

Vigfús Sigurðsson, verantwoordelijk voor de paarden, had berekend hoeveel voer voor de paarden mee moest. Naast haver had hij speciale koeken samengesteld uit maïs, bonen, melasse en niervet. Twee kilo koek per paard per dag, naast twee kilo haver, dat moest voldoende zijn. Na aankomst op Groenland werden vrijwel direct twee paarden vermist; waarschijnlijk aangevallen en opgegeten door ijsberen. Al snel bleek dat er volstrekt onvoldoende voer voor de 14 overgebleven paarden was, Vigfús moest een keuze maken en spaarde zijn beste vijf paarden gedurende de overwintering. De stal werd uitgehakt in het metersdikke poolijs (foto). Pas in mei 1913 was de buitentemperatuur weer zodanig dat de metingen konden worden vervolgd en de tocht over de gletsjer kon worden voortgezet. De vijf sterk vermagerde paarden moesten nu elk ongeveer 400 kilo bagage op een slede trekken. De overige bagage bleef achter. Maar het ging niet meer, na zes weken was er nog slechts één paard in leven, Gráni. Maar ook het allerbeste paard werd zwakker en zwakker, trekken ging niet meer. Op een morgen viel Gráni om van uitputting. De onderzoekers legden het paard op een slede en trokken deze, dag na dag, het einddoel in zicht. Maar op 4 juli 1913 lag Gráni 's morgens dood naast de tent. Op 14 juli bereikte de expeditie het einddoel (de haven van Pröven)......

Tachtig jaar later maakt Ronald Naar (NL) dezelfde oversteek. Het grootste verschil: de noodzakelijke bagage weegt nu slechts 135 kilo per persoon en kan worden getrokken door één MK.
"Dwars door Groenland".
(ISBN 90 246 0400 1, foto).